De imaginaire stad dijt uit

gedicht door Gwyn Bouman

Illustratie door Sylvie van Oosterhout

hij streelt zijn hondje, kijkt op,

‘hij heet Peppercake’ en lacht


ik zoek in mijn tas naar de laatste restanten

rebellie, ‘t is dat het de nervositeit verzacht


hij knikt vanuit de keuken en houdt als een gladiator

een aansteker omhoog, jezus, hij gooit hem


naar me toe, ik grom iets, denk mezelf in een tijgerpak

helaas, dit is hoe je die dingen soms doet


gedachten controleren is onmogelijk bovendien

heb ik vandaag een lieveheersbeestje gezien


Peppercake kwispelt, ik wil bij hem

op de grond gaan liggen grommen in mijn tijgerpak


ik graai weer ongeduldig in mijn tas,

een ander doosje valt


op de grond ligt een pakje durex extra light

onze ogen staan even vast in de tijd, oké allebei verward


dacht dat híj de casanova was

vervloek Peppercake, dit huis, zijn hagelwitte lach


zegt iets in de trant van

ik ben op zoek naar muziek die smaakt naar citroen


weet je wel, op een dorstlessende manier

pak het doosje op, dan zo’n onverwachte zoen


ik zeg ik ben getormenteerd en dat hij dat allang weet

laten we luisteren naar alles behalve house en metal


ik houd van roze popmuziek die plakt als caramel

hij knipoogt, de vuillak en zegt iets van ja dat dacht ik wel


Peppercake blaft, achter mij de nachtelijke skyline van

mijn imaginaire stad


ik zal hier slapen, mijn tijgerpak tegen zijn naakte huid

stiekem met hem trouwen, en tegen de koffie van elf uur


citroen hond skyline regenboogachtig integreren

weer een verhaal later veerkrachtig uit de veren


even om de verloren toekomst rouwen

ik vergeet soms tandenborstel en al m’n wapens


als ik bij meer mensen thuis gaat slapen

nu mijn tijgerpak weer uit, de imaginaire stad dijt uit