OverCop - Kwantumamorie

Tekst door Uschi Cop, beeld door Ilke Cop



“Waarom mag ik ook niet een beetje van haar houden, zonder dat er een code rood wordt afgekondigd?”

“Waarom mag ik ook niet een beetje van haar houden, zonder dat er een code rood wordt afgekondigd?”


Mijn zus vroeg zich af waarom ze die ene fantastische vrouw niet innig kon vastpakken. Gewoon voor de gezelligheid. Voor de esthetiek. Voor het gevoel van huid op huid. Voor het samenzijn. Voor de liefde. Ze vroeg zich af waarom er dan plots duidelijkheid moest zijn: over haar geaardheid, die van de vrouw en over de status van hun ‘relatie’. Waren ze vrienden, hartsvriendinnen, fuckbuddies of hopeloos verliefd, en dus toekomstig verloofd, getrouwd, gescheiden? Het is een raadsel: waarom hebben mensen zo’n grote nood aan definities als het aankomt op liefde en seks?


Als mijn betrekkelijk saaie en conservatieve seksuele identiteit al tot dergelijke reacties leidt, wat krijgen mensen die zich identificeren als homo- of biseksueel, als transgender of polygamist dan niet te verduren?

Ik beschouw mezelf als redelijk heteroseksueel en matig monogaam (kijk, definities komen van pas). Maar net als mijn zus voel ik me soms beperkt in mijn beleving van de liefde. De seksuele liefde dan. Soms zijn het de geschokte blikken van mijn vrienden wanneer ik niet meteen die knappe date als mijn vriend wil benoemen of wanneer ik ontroerd kijk naar een stel mooie borsten. Soms is het die collega die me plots met een ontwapenende eerlijkheid en zonder kwaadaardigheid vertelt dat ik toch een beetje een slet ben als ik daten niet perse als iets monogaam zie. Als mijn betrekkelijk saaie en conservatieve seksuele identiteit al tot dergelijke reacties leidt, wat krijgen mensen die zich identificeren als homo- of biseksueel, als transgender of polygamist dan niet te verduren?


Een mens mag houden van familie, baby’s en vrienden. Zelfs een kennis toeschreeuwen “Ik zie u graag” als je een wijntje te veel gedronken hebt, is aanvaardbaar. Maar als je diezelfde kennis te dicht bij zijn kruis zou strelen of op de mond zou kussen (ai, toch niet met tong!) dan moet dat plots in een hokje worden gestopt. En als je in dezelfde periode de romantiek met nog iemand anders beleeft, dan is de kans nog steeds ontstellend groot dat die relatie nu voorbij is.


Moeten we dan geloven dat de liefde, die de mens nota bene heeft uitgevonden, te begrijpen is door een simpele tweedeling als hetero of LGBTQ?

Er is dus blijkbaar een onzichtbare grens, die we slechts op eigen risico kunnen overschrijden. Moeten we dan allemaal maar gewoon geloven dat er plots iets kwalitatief verandert wanneer we onze seksualiteit delen met iemand, dat die band in één klap slechts met één persoon kan bestaan? Moeten we dan geloven dat de liefde, die de mens nota bene heeft uitgevonden, te begrijpen is door een simpele tweedeling als hetero of LGBTQ?


De vele scheidingen en relatiebreuken getuigen van de moeilijke positie waar we onszelf in hebben gewrongen.

Ik ga niet ontkennen dat er enorme oerkrachten met verliefdheid gepaard gaan: je kan niet genoeg van elkaar krijgen en huivert van de gedachte die ander te delen. iedereen die langer dan enkele jaren het bed deelde met éénzelfde persoon weet dat verliefdheid een tijdelijke staat is. Het is niet iets wat heel je leven vol te houden is, dat wordt onderbouwd door heel wat neuropsychologisch onderzoek. Wat dus in een gezonde monogame relatie bijna een voorschrift is, is eigenlijk een mythe. De vele scheidingen en relatiebreuken getuigen van de moeilijke positie waar we onszelf in hebben gewrongen.


Veel mensen eindigen dan ook in een carrousel van seriële monogamie: ze beginnen relaties om ze aan een rotvaart weer te beëindigen. Wat ze niet snappen is dat ze eigenlijk aan polyamorie doen, maar dan uitgezet in de tijd: ze houden van meerdere mensen, gewoon niet tegelijk. Maar misschien is die parallellie net een voorwaarde voor het overbruggen van het einde van een verliefdheid, misschien is het openstaan voor meerdere prikkels net wat iemand kan prikkelen om blijvend te investeren in wat er al is.


Mensen die zich toeleggen op een polyamoureuze levensstijl zeggen allemaal hetzelfde: de voorwaarde is eerlijkheid. Alle partijen moeten op de hoogte zijn en iedereen heeft het recht zich terug te trekken wanneer het te veel wordt. Is dit niet een veel natuurlijkere manier om om te gaan met de complexe wirwar van seksuele driften en nood aan romantiek die in elk van ons leeft?


Misschien is het tijd voor een kwantumamorie, ... , waarbij we begrijpen dat liefde op hetzelfde moment op één plek én een andere kan zijn

De klassieke natuurkunde stelt dat we alles in het universum exact kunnen weten als we maar genoeg metingen doen. De kwantummechanica zegt dat we slechts waarschijnlijkheden kunnen meten en dat de onzekerheid onevenredig gekoppeld is aan ontelbaar andere onzekerheden. Hoe zekerder je bent, hoe onzekerder andere dingen worden.

Misschien is het tijd voor een kwantumamorie, waarbij we de onzekerheidsrelatie tussen onszelf en onze seksualiteit omarmen, in plaats van ze te verdringen. En waarbij we begrijpen dat liefde op hetzelfde moment op één plek én een andere kan zijn… Als de eerste verliefdheid over is, weliswaar.